Af geknotte Molen Langevaart 17 molens/rottedijk-bleiswijk , Zuid-Holland



Situatie na 2010

Geschiedenis:
De stompe molen aan de Lange Vaart molens/rottedijk-bleiswijk .
Zonder molens zou Holland er heel anders uitzien. Dat geldt ook voor molens/rottedijk-bleiswijk .
In 1772 werd begonnen met het droogmalen van de molens/rottedijk-bleiswijk sepolder; dat duurde tien jaar met behulp van molengangen met windmolens.
Hierbij werden in beperkte mate ook molens met een hellend scheprad ingezet. De molen aan de Lange Vaart werd in 1773 gebouwd en heeft ervoor gezorgd dat we hier met droge voeten kunnen staan. Het is een achtkantige grondzeiler met stenen veldmuren en een houten achtkant erop. De molen is gedeeltelijk afgebroken en geschikt gemaakt voor bewoning. De molen maakte deel uit van de molens/rottedijk-bleiswijk se Droogmakerij. Het was een bovenkruier met buitenkruiwerk: dit hield in dat de molen op de wind gezet kon worden door middel van een kruiwiel/rad. In 1951 is de familie De Vries er komen wonen." In 1913/1914 zijn alle molens vervangen door elektrische gemalen. De provincie Zuid-Holland onderneemt in het Jaar van de Molens een aantal activiteiten die worden gecoördineerd door het Erfgoedhuis

Molens met een buitenkruiwerk
Molens met een buitenkruiwerk Deze zijn te herkennen aan de staart achter aan de kap; hier zet de molenaar met behulp van een kruiwiel (ook wel kruirad of kruibok genoemd) of kruilier en kettingen of kabels de staart in de gewenste positie. Soms is er een rondgaande ketting, die dus niet meer verlegd hoeft te worden. Om de molen te draaien, gebruikt men een van de volgende middelen: Kruiwiel met kruispil. Door de kruiketting aan één kant vast te leggen en deze vervolgens met het kruirad op de kruispil, de munnik, te rollen kan de kap een stukje gedraaid worden. Vervolgens moet de ketting weer afgerold worden en een stuk verder weer vastgemaakt enz. totdat het wiekenkruis op de wind staat. De staart wordt vervolgens vastgezet met de bezetketting, waardoor de kap niet meer kan draaien en het kruiwiel wordt met de spaakketting vastgezet. Kruilier. r> Door de kruiketting via gietijzeren tandwielen te laten lopen wordt de overbrenging kleiner en gaat het kruien makkelijker.
De staart is bevestigd aan twee horizontale balken (spruiten), respectievelijk genaamd de korte, die achteraan langs de kap gaat en de lange spruit, die vooraan door de kap steekt. De naar beneden lopende staartbalk zit vast in het midden van de korte spruit. De lange spruit zit met de twee lange schoren onderaan de staartbalk vast en de korte spruit met de twee korte schoren. Molens met een binnenkruiwerk met kruirad Bij dit type zet de molenaar binnen bovenin de kap met behulp van een kruirad en een kruireep (kruitouw) de molenkap in de gewenste positie. De poldermolens in Noord-Holland zijn overwegend binnenkruiers, waardoor ze een meer plomp aanzien hebben, omdat de bovenkant van de houten achtkant voor het kunnen
kruien vrij breed is.

Ditzelfde type molen is echter in Zuid-Holland omgebouwd tot buitenkruier.
Torenmolens hebben ook een binnenkruiwerk dat met een rondsel en tandwielen werkt. Ze worden met twee kruiraderen gekruid, omdat ze te groot zijn voor één kruirad. Molens die zichzelf kruien Deze worden ook wel zelfkruiers genoemd. Een kruisysteem bovenop de kap wordt aangedreven door de wind met behulp van een windroos en zorgt ervoor dat het wiekenkruis op de wind komt te staan. Typen kruiwerk Keerneuten van De Passiebloem Keerneut. Er zijn verschillende typen kruiwerk bij een bovenkruier:
Engels rollenkruiwerk met ijzeren rollen Rollenkruiwerk met houten of ijzeren rollen in houten rollenwagens Neutenkruiwerk op neuten (houten balkjes), die aan de bovenkant afgedekt kunnen zijn met blik Voeghouten kruiwerk, waarbij de voeghouten over de kruiring (kruivloer) van de onderbouw schuiven. Zetelkruiwerk, in België zijn zetelkruiers waarbij de kap kruit op een zetel tussen een set balken. Bij het rollenkruiwerk met houten of ijzeren rollen in houten rollenwagens en bij het neutenkruiwerk wordt de kap op zijn plaats gehouden door de kuip (keerkuip). Hierbij bestaat de keerkuip uit dikke eiken planken met daarom heen vaak ook nog een ijzeren klemband, de kuipband, zit. Aan de binnenkant van de keerkuip zitten keerneuten waardoor de overring van de kap bij het kruien minder wrijving ondervindt en dus lichter draait. Bij een neutenkruiwerk kunnen de neuten ook op de overring zitten, waardoor je alleen vooraan neuten nodig hebt.

In 2010 is er een nieuwe eigenaar ingetrokken en die laat het grondig verbouwen, alleen de buitenkant ziet er nog enigszins uit als een molen restant verder houdt de vergelijking dan ook op.  Van binnen is er niets meer van te zien ook onderin niet meer.